“Nee”, zegt socioloog Iliass El Hadioui. De straatcultuur is volgens hem de primaire bron van ellende. Hij benadert overlastgevend gedrag van Marokkaans-Nederlandse jongeren vanuit een meer sociologische invalshoek. In zijn analyse voert hij aan, dat juist de mismatch tussen de straatcultuur met de school- èn de thuiscultuur veel meer aanknopingspunten biedt om het overlastgevend gedrag te verklaren.
Beleidsmakers, wetenschappers en professionals hebben nog te vaak een geïnternaliseerde reflex om de Marokkaanse cultuur en etnische achtergrond er als eerste bij te slepen om het gedrag te verklaren. En dat ondanks het feit dat we te maken hebben met jongeren van de tweede en derde generatie, van wie de (voor)ouders meer dan veertig jaar geleden zijn geëmigreerd vanuit Marokko. Hij stelt voor om de directe leefomgeving van de overlastgevende jongeren (de woonwijk, de school, het gezin) als uitgangspunt voor analyse te nemen, omdat De Marokkaanse Cultuur dat gedrag onvoldoende verklaart. Daar komt nog bij dat de kernwaarden, zoals via sociologisch onderzoek aangetroffen in Marokkaans-Nederlandse gezinnen, ook haaks staan op het deviante gedrag dat een deel van die jongeren vertoont.
Het beginpunt voor het deviante gedrag ligt volgens Iliass El Hadioui bij het zogeheten ontkoppelingsproces. In een eerder veldonderzoek in Maassluis trof hij aan dat jongeren, die zich inlieten met overlastgevend gedrag, vaak te kampen hebben met een psychologisch-emotionele breuk met kerninstituties als het gezin, de moskee en het onderwijs. Ze waren ‘ontkoppeld’ van de natuurlijke domeinen waar meer traditionele waarden en normen worden doorgegeven. Hun nieuwe domein van socialisatie werd de straat, die zich juist kenmerkte door een moreel vacuüm. Deze jongeren kregen zogezegd een secundaire socialisatie op straat. Daar is gedrag als snel geld verdienen, weinig structuur, anti-formele regels, agressie, straattaal etc. dominant. En dat ‘matcht’ niet met mainstream-waarden van de schoolcultuur als discipline: eerst leren dan een goede baan, orde en regels, zelfbeheersing, argumenteren en Algemeen Beschaafd Nederlands.
Op school en in de klas ontmoeten die twee culturen elkaar indringend en ontstaat eigenlijk een concretisering van de maatschappelijke discussie over ‘integratie’. De docent wordt daarbij in zekere zin de vertegenwoordiger van de gevestigde orde, terwijl leerlingen het opgelegde stigma van de ‘allochtone buitenstaander’ gaan internaliseren.
In deze ‘buitenstaandersrol’ is de kans groot dat de ‘ontkoppelde’ jongere een defensieve persoonlijkheid ontwikkelt. Kenmerkende gedragingen daarbij zijn: ontkenning, het vertonen van een wegwerpgebaar, pesten en irriteren, snel op de teentjes getrapt zijn, macho-gedrag, gevoel gediscrimineerd te worden. En dit gedrag wordt dus primair gesocialiseerd op straat en wordt ‘meegenomen’ naar school, de klas in.
Wat zijn nu de mogelijkheden en grenzen van de school om met dit gedrag om te gaan en bij te sturen. Iliass El Hadioui is socioloog en geen onderwijsspecialist. In zijn slotparagraaf daagt hij scholen uit een passend vervolg te geven op zijn analyse.
Eerste ervaringen met scholen, die deze analyse als vertrekpunt nemen, leveren onder andere de volgende richtinggevers op voor het zoeken van antwoorden op deze problematiek:
- het gesprek op scholen over overlastgevend gedrag wordt minder etnisch-cultureel ‘geladen’ en gaat meer over concreet gedrag;
- er wordt bewuster op school gesproken over de mogelijkheden en grenzen van de school met betrekking tot hun opvoedende taken, ook in samenwerking met buurt- en wijkpartners in de omgeving van de school;
- nadrukkelijker is ook in beeld welke 'ontkoppeling' mede via de school hersteld kan worden, bijvoorbeeld met gezin en geloof;
- er wordt naar mogelijkheden gezocht om de jongere meer in contact te brengen met de mores van de mainstream-/burgercultuur;
- mogelijkheden worden onderzocht om de defensieve persoonlijkheid te ‘kraken’.
Wij dagen scholen uit om samen met ons naar een verdere uitwerking van deze richtinggevers te zoeken.