sitemap       contact       links       googlesearch
De werkplekkenstructuur verbindt praktijkvakken en avo-vakken. Leerlingen werken aan opdrachten waarbij het 'doen' voorop staat.
De leerlingen leren beroepsvaardigheden die hun oorsprong hebben in de avo-vakken, zoals een gesprek voeren, (communicatie), staten invullen (Nederlands), een folder maken (Nederlands) of een maaltijd organiseren (Nederlands, wiskunde en praktijk). Samen met docenten, zoekt de APS-ondersteuner naar zo realistisch mogelijke situaties, waarin leerlingen deze vaardigheden kunnen oefenen om deze vervolgens ook in het echt toe te passen.

Met het deelnemende team wordt een ontwerp ontwikkeld dat past bij de uitgangspunten van de school. Zij maken realistische opdrachten, ontwikkelen ondersteunende workshops en ontwerpen een passende manier van volgen en beoordelen.

In de ontwerpfase is ook veel ruimte voor 'andere' werkvormen, die het leren spannend en afwisselend maken. Na de ontwerpronde gaan de leerlingen aan de slag. De docenten krijgen coaching op de werkvloer en verdiepen onderwerpen waarover zij vragen hebben.

Enkele uitgangspunten zijn:
  • De leerling is verantwoordelijk voor zijn eigen leren, de docent voor de voorwaarden daarvoor.
  • Beoordeling is gericht op groei.
  • Leerlingen leren van binnen naar buiten en van buiten naar binnen en in levensechte situaties.
  • Iedereen heeft zijn eigen start en finish en zijn eigen ontwikkeltempo.
  • De leerling kiest zelf.

Informatie

Aat Stuurman
E-mail: vmbo@aps.nl

Secretariaat
Telefoon: 030 - 28 56 500