Taalvaardigheden ontwikkelen zich concentrisch: in elk leerjaar schrijven leerlingen bijvoorbeeld teksten, maar het niveau van de opdracht en de uitvoering daarvan worden steeds hoger. Voor leerlingen is in de onderbouw niet altijd duidelijk dat zij hun taalvaardigheid ontwikkelen en het niveau in de bovenbouw is vaak opeens veel hoger. In een doorlopende leerlijn wordt het niveau gestaag opgebouwd en is deze opbouw inzichtelijk. Daarnaast is er sprake van een doorlopende lijn in het lesprogramma van klas 1 tot het eindexamen.
Scholen maken een doorlopende leerlijn door concreet te beschrijven wat ze van leerlingen verwachten aan het eind van de onderbouw en aan het eind van de opleiding. De leerlingen werken daar stapsgewijs naar toe.
Bij die taalontwikkeling speelt de sectie Nederlands natuurlijk een cruciale rol, maar ook andere vakdocenten kunnen daar expliciet aan bijdragen.
APS ondersteunt scholen bij het concreet maken van de doorlopende leerlijnen voor alle taalvaardigheden.