De bekendste lijst vormt de preambule. De domeinen ‘Oriëntatie op leren en werken’ en de ‘Basisvaardigheden’ bevatten ook louter algemene vaardigheden. En om het geheel nog wat overzichtelijker te maken staan er in de leervaardigheden per vak ook nog heel wat algemene vaardigheden.
Al die lijsten maken het lastig om op school te gaan praten over afstemming van vaardigheden. Wil je dat doen, dan moet je eerst een overzicht hebben van die vaardigheden en vervolgens moet je daar een keus in maken.
In de examenprogramma’s vmbo zijn naast de preambule ook andere vaardigheidsdoelen opgenomen die voor bijna alle vakken hetzelfde zijn. Het zijn de doelen uit het domein ‘Oriëntatie op studie en beroep’ en de ‘Basisvaardigheden’. De basisvaardigheden zijn niet in alle vakken precies identiek beschreven, maar van een aantal vakken komen ze overeen. Deze nemen we over. Zo heeft u zicht wat er aan vakoverstijgende vaardigheden in de examenprogramma's is opgenomen.
Basisvaardigheden uit de examenprogramma’s vmbo
De kandidaat beheerst een aantal basisvaardigheden.
1. Zelfstandig leren en werken:
2. Werken met informatie- en communicatietechnologie:
3. De Nederlandse taal functioneel gebruiken:
4. Vaardig omgaan met verbale en cijfermatige informatie:
5. In het leer- en werkproces adequaat omgaan met zichzelf en anderen:
-
Zich bewust worden van de eigen achtergrond, interesses, motivatie, sterke en zwakke punten door terug te kijken op eigen ervaringen en deze schriftelijk, mondeling en/of beeldend weergeven.
-
De eigen mogelijkheden en interesses met betrekking tot vakinhouden en vaardigheden verwoorden in het licht van vervolgstudie, beroepen en maatschappelijk functioneren.
-
De rol en het belang aangeven van vakinhouden en de invulling van de vrije tijd.
-
De rol en het belang aangeven van politieke en sociale kennis en vaardigheden in verschillende arbeidsgebieden en werksoorten.
-
De eigen interesse en affiniteit verwoorden met bepaalde arbeidsgebieden, werksoorten, functies en opleidingen.
-
Onderzoeksvaardigheden, keuzevaardigheden, reflectievaardigheden en sociaalcommunicatieve vaardigheden inzetten ten behoeve het eigen keuzeproces.
-
Eigen waarden en normen verwoorden ten aanzien van betaalde en onbetaalde arbeid en zorgtaken.
-
De betekenis verwoorden van een mogelijke arbeidsrol voor zichzelf en anderen.