Een traject in een school kan verschillende vormen aannemen. Bijvoorbeeld:
- starten met een paar leerkrachten als verkenners;
- starten met één bouw of één kernteam;
- starten met een pilotgroep;
- enzovoort.
In alle gevallen omvat een traject de volgende elementen:
- Lesobservaties en nabesprekingen door interne en externe coaches.
- Gezamenlijke trainingsmomenten voor het oefenen van specifieke vaardigheden.
- Intervisie (en als dat kan ook: bij elkaar in de lessen kijken).
- Training en coaching van de interne coaches.
Op maat
In overleg met de school kiezen we een traject dat het best bij de school past. Het werken aan het zevenbladverbond is in te passen in adaptief leren in de basisschool en aan de nieuwe basisvorming en ‘nieuw leren’ in het voortgezet onderwijs. Werken aan de zevenbladaanpak behoeft daardoor niet iets extra’s te zijn. Maar het kost natuurlijk wel tijd en energie om eraan te werken.
Interne en externe coaches
We vinden het belangrijk dat er knowhow in school achterblijft als wij als APS'ers het traject beëindigen. Daarom starten we met het trainen en coachen van 'interne coaches': leerkrachten, interne begeleiders en leidinggevenden. Zo snel als mogelijk is, worden de observaties en de nabesprekingen uitgevoerd door de interne coaches. De APS'er is daarbij als coach-van-de-coach aanwezig.
Korte, intensieve start
We hebben in basis- en voortgezet onderwijs gemerkt dat je – als de leerkracht er echt aan wil werken – in een periode van drie of vier maanden heel grote veranderingen kunt bereiken:
- in de eigen houding en het gedrag van de leerkrachten;
- in de context van de lessen;
- maar vooral ook in het gedrag van de leerlingen.
Leerkrachten die dat hebben ervaren zeggen vaak: ‘het kost je niet eens zo veel meer tijd, de grootste investering zit in los durven laten, verantwoordelijkheid delen en in anders leren kijken’.
Altijd zeven vragen centraal
We stellen bij observatie, coaching en intervisie zeven vragen centraal:
- Wie staat er voor de klas en welke waarden straalt zij uit?
- Wat zijn zijn/haar kwaliteiten en hoe is dat voor de leerlingen te merken?
- Hoe communiceert ze met de leerlingen (in contact/uit contact) en hoe spreekt ze de leerlingen aan (met complimenten, vragen, kritiek aanwijzingen, enzovoorts)?
Hoe organiseert ze de speel- en leeromgeving?
- Autonomie: wie fietst er? Van wie is …?
- Relatie: wat hebben die kinderen met elkaar te maken? (samenwerken, elkaar helpen, elkaar feedback geven, van elkaar leren, leiding geven, enzovoorts.
- Competentie: hoe leren ze hier (sociaal en cognitief)? Welke competenties ontwikkelen ze, welke intelligenties worden ingezet, hoe vinden reflectie en transfer plaats, enzovoorts.
- Echtheid: wat heeft de leersituatie te maken met de kinderen, hun belangstelling, leefwereld en toekomstperspectief, met echte situaties buiten de school, enzovoorts.
Informatie
Rachel van Vugt
E-mail: primaironderwijs@aps.nl
Secretariaat
Telefoon: 030 - 28 56 500