|
Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs worden steeds meer bevraagd op wat zij doen en waarom. En ze staan voor flinke opgaven. De groei van het aantal leerlingen, de kritische rapporten van de inspectie, de vragen van basisscholen en vo-scholen om (andere) ambulante begeleiding en expertise, de noodzaak tot samenwerking bij regiovorming en passend onderwijs …
Sinds de jaren negentig probeert de overheid de verwijzingen naar het S(B)O terug te dringen. Evaluaties van het WSNS-proces laten zien dat de overheid hier onvoldoende in is geslaagd.
Er zijn scholen die zó goed willen worden in het omgaan met verschillen, dat zij álle kinderen ondanks hun beperking, achterstand of bijzondere talent passend onderwijs kunnen bieden. Er zijn schoolbesturen die graag één of meer van dat soort scholen willen ontwikkelen. Dergelijke scholen noemen we 'inclusief'.
"Ik ga graag naar ons IB-netwerk. Ik vind er gelijkgestemden, het is altijd inhoudelijk en ik hoor hoe anderen het doen. Maar ik vraag we wel eens af of we er genoeg uithalen."
|
|
Teams die willen werken aan passend onderwijs, werken aan het differentiatievermogen van hun school. Daarbij hoeven scholen binnen een wijk of schoolbestuur niet op elkaar te lijken, maar vullen zij elkaar aan. Met schoolleiders, interne begeleiders en team werken we aan het onderwijsprofiel en de 'zorgbreedte' van de basisscholen.
De rol van een speciale school voor basisonderwijs staat onder druk binnen passend onderwijs. Als basisscholen aan steeds meer kinderen passend onderwijs kunnen bieden. Als er naast reguliere scholen ook inclusieve scholen ontstaan. Als schoolbesturen speciale arrangementen gaan ontwikkelen voor kinderen met handicaps, leer- of gedragsmoeilijkheden. Wat wordt dan de rol van de sbo-school, wat is háár toegevoegde waarde voor de kinderen en in de samenwerking?
Het vermogen van scholen om goed om te gaan met verschillen is de kern van passend onderwijs. Vanaf 2011 krijgt het schoolbestuur een zorgplicht. Als een deel van de kinderen niet het onderwijstraject (’arrangement’) krijgt dat zij nodig hebben, moet het bestuur nieuwe vormen ontwikkelen en hiertoe samenwerken met andere instellingen.
|