sitemap       contact       links       googlesearch

Auteur   Rinse Dijkstra
Jaar   2000
Bestelnummer   203026
Prijs  
€  5,00


Over de basisbehoefte competentie

Ieder mens heeft er behoefte aan greep te krijgen op de wereld om hem heen. Hij wil het gevoel hebben de wereld aan te kunnen en voor zijn taak berekend te zijn. Deze ervaring van competentie wordt in het adaptief onderwijs als noodzakelijk gezien voor een actieve en gemotiveerde leerhouding.

Andere basisbehoeften zijn autonomie en goede relaties met medemensen. Het idee van basisvoorwaarden waaraan moet worden voldaan om goed te kunnen leren, is door prof. Luc Stevens in het Nederlandse onderwijs geïntroduceerd.   De drie basisbehoeften vormen het fundament voor het pedagogisch klimaat dat aan adaptief onderwijs ten grondslag ligt.

In Kenmerken voor kwaliteitsontwikkeling (uitgave PMPO, sept. 1998) worden ze ook als zodanig behandeld. De leerkracht stemt zijn professionele handelen op deze drie basisbehoeften af. Daarbij gaat hij uit van vertrouwen in kinderlijke ontwikkeling en ontwikkelingsdrang. Alleen vanuit dit vertrekpunt kunnen leerkrachten een schoolwereld creëren die voldoende uitdaging en ondersteuning biedt voor actief leren en het ervaren van een groeiende competentie.  

Mensen zijn er voortdurend op uit hun competenties te vergroten en kinderen al helemaal: zij willen boeken kunnen lezen, een brief aan een vriendinnetje kunnen schrijven, de bal in het doel schoppen, pootje over bij het schaatsen, de tent zelf opzetten, een mooie tekening maken, zelf opzoeken waar Kosovo ligt, weten wat het verschil is tussen een president en een koning, op de fietscomputer kunnen aflezen hoe ver zij al hebben gefietst en hoe lang ze daarover hebben gedaan. Heel veel van die competenties worden buiten schooltijd opgedaan.

De meeste kinderen groeien op in een letterlijk en figuurlijk rijke leeromgeving die een overvloed aan uitdagingen en kansen biedt om leerervaringen op te doen. Het is de kunst van goed onderwijzen om die uitdagingen en kansen ook in de school te halen en ze te koppelen aan leerdoelen die door zowel kinderen als leraren als zinvol worden ervaren.  

Op één punt heeft de school in ieder geval een streepje voor op de leeromgeving buiten haar muren: ze is in staat het leren zowel didactisch als emotioneel te ondersteunen. Om maar eens een greep te doen: de school kan ordening aanbrengen, begrip tonen, vereenvoudigen, de zone van naaste ontwikkeling opzoeken voor een nieuw aanbod, uitleggen, oefenmogelijkheden geven, reflectie op gang brengen, ervaringen en meningen laten uitwisselen, kinderen van elkaar laten leren, de omgeving voorbereiden, vragen stellen, laten onderzoeken, verhelderen, laten debatteren, in duo’s laten werken, een verwerkingsopdracht geven, een boekbespreking houden, een excursie inlassen, videobeelden laten zien, videobeelden stilzetten en er vragen over stellen, een tentoonstelling organiseren, denkpauzes inlassen, meditaties organiseren, rollenspel doen, laten samenwerken, een school project opzetten en nog vééééél meer.

De kunst van goed onderwijzen is dus de kinderen uit te dagen hun competenties te vergroten en daarbij die emotionele en didactische steun te geven waaraan kinderen op een bepaald moment behoefte hebben. Dus: onderwijs op maat geven door sensitief te zijn voor elke situatie een passend antwoord te zoeken.  

In ‘Kenmerken voor kwaliteitsontwikkeling’ stelt het Procesmanagement Primair Onderwijs (PMPO) over de basisbehoefte competentie het volgende: ‘Wanneer kinderen geen vertrouwen hebben in hun eigen mogelijkheden beginnen ze vaak niet eens aan hun werk of spel. Kinderen daarentegen die ervaren dat ze steeds meer weten en kunnen, krijgen zelfvertrouwen. Ze laten dat soms duidelijk merken. Ze realiseren zich dat ze zelf voor die successen hebben gezorgd.
Door ervoor te werken of doordat ze er 'goed’ in zijn. Dat zijn voor kinderen belangrijke en fijne ervaringen. Hoe meer ze van die ervaringen opdoen, hoe meer ze leren op zichzelf te vertrouwen. Ze verwachten dat het de volgende keer weer zal lukken. Ze voelen zich competent.’  

Dit boekje heeft dezelfde opbouw als de twee andere boekjes over de basisbehoeften: ‘Erbij horen en meetellen’ en ‘Ieder op zijn eigen wijs.’  Hoofdstuk 1 gaat over interactie die de competentie kan bevorderen, hoofdstuk 2 over instructie en hoofdstuk 3 over klassenmanagement.